Archief

Ook Blauwe Vaasjes ontstaan

Door: Peter Joore

Het ontstaan van het Blauwe Vaasje en andere verhalen kan men op twee manieren gestalte geven. De strakke versie, waarbij geheel natuurgetrouw de waarheid wordt weergegeven. Hierin is de lezer/wandelaar vaak in het geheel niet geïnteresseerd. Daarnaast kun je filosoferen over gelopen afstanden, de nachtelijke flatulentie één slaapzak verder tijdens die verdomd gezellige bivak in groot Nijmegen of je lult gewoon een eind in de ruimte en doet naargelang de stemming dit vereist een slordige slag in het geheugen en liegt er vrolijk op los. Alsof het dit laatste decennium werkelijk allemaal heeft plaatsgevonden.

Zonder er direct een prijsvraag van te willen maken heb ik gekozen voor een mixvorm der mogelijkheden. Dit heeft een aantal redenen:

  1. Zij die op de hoogte zijn van de waarheid hebben haar toch al (vertekend) lief. En ja, de waarheid is vrouwelijk! Daar is niets mannelijks aan.
  2. Zij die de waarheid niet kennen kun je alles op de mouw spelden. Het gaat nu nog slechts om de leesbaarheid. Hoe mooier, hoe beter!
  3. Er is geen waarheid, dus die wordt nu ter plekke gecreëerd en voor eeuwig vastgelegd.
  4. Maak je eigen verhaal af en kleur de plaatjes.

Het Blauwe Vaasje is fysiek afkomstig uit de industriële krochten der Bonds Republiek Duitsland. Het is gemaakt van keramiek, een materiaal dat noch een metaal noch een polymeer is. Het is een materiaal dat wordt gevormd door verhitting (soms met druk) waarbij aanwezig minimaal twee elementen. Eén ervan is non-metallisch, de ander mag zowel metallisch als non-metallisch zijn.

Keramiek komt van het Griekse Keramos, hetgeen drinkvat of aardewerkvat betekent. De kleur blauw of ook wel Delfts blauw is een type faience (aardewerk) met blauwe decoratie. Ooit in Delft vervaardigd als goedkoop alternatief voor het blauwwitte Chinese porselein. In de periode 1650-1750 tot grote internationale bloei gekomen. Tot de dag dat o.a. vanuit Staffordshire rond 1800 door bewoners van het perfide Albion goedkoper aardewerk werd vervaardigd en over de Europese markt uitgestort. De Delftse industrie werd in één klap rücksichloss van de kaart geveegd.

We kunnen echter zondermeer stellen dat het Blauwe Vaasje, dat als logo dient voor de reeds bij leven legendarische Vlaardingse wandelclub, mag worden geschaard onder de gangbare term: Boerendelftsblauwbedrog.

Wandelen, de oneindigheid. Den Haag, aan het begin van de 21e eeuw. Regeringsstad. Het Haagje. Het Binnenhof. Bakermat van ontelbare kabinetscrises. Onleefbare enclave en doodskist van gebroeders de Witt. In 1672 gelyncht door de allereerste ADO supporters. Stad zonder rechten. Kustplaats zonder kust. Kleinste bewaarplaats van regering is ministerie. Dorp van politici, geesteszieken, teloor gegane muziekscènes, de hopjes en de door de week alleen slapende politica Agnes Kant. Per jaar worden naast zes kabinetsbreuken en convenant overschrijdingen zeker dertien zich voetbalsupporters noemende politieke maniakken per dwangbuis afgevoerd.

Zaterdagmorgen. Ergens in februari. De Elfstedentocht nog net niet aan de beurt. Sportief ogende stappers, met de slaap nog in de ogen, de mond schaapachtig glimlachend ter decoratie van frisse tegenzin, ploegen schaamteloos door bos en duin. Achtervolgen elkaar als verliefde merels over uitgestorven vrieskoude stranden. Een enkele gek, van buiten de groep, hangt aan een kite en surft wat zonder computer of internet. Wij googelen zonder doos.

Wandelen is dromen dat je niet midden in een nachtmerrie zit. Als mechanische machines, de geschiedkundige vooruitgang van toen, baant de troep lopers zich een weg door de steeds drukker wordende stad. Een moderne geseling op vrijwillige basis, op zoek naar Blaren, Spierkrampen en Erwtensoep. Dit tijdverdrijf telt in Vlaardingen alleen al bijna honderd fanatici die toewerken naar de ultieme afstraffing: de Vierdaagse van Nijmegen. Tweehonderd keiharde kilometers door onontgonnen boerenland en stuk gelachen dorpen. De gekte op twee schoenen, aangestuurd door halve zolen.

Met zeker vijftien man en vrouw naar de Hofstad gekomen om voor het eerst Barbarella te zien, de ultieme wandeldel. Godin op twee goddelijk lange benen, strakke jurk en haren zo lang … Of was zij slechts de droom die de vermoeidheid moest verbeelden? Of diende zij slechts als metafoor voor een warme vochtige medaille! Voor het eerst een eind gelopen. Van kou en wandelellende werd ik groen en geel, paars en blauw, wit en bleek en kotste in iemands tuin. Niet langer stoer, maar bijzonder zielig hing ik over mirtenblad en ligusterhaag maaginhoud onvrijwillig te ruilen voor een betere constitutie. De volgende paar uur als in een vage roes beleefd. Een vaatdoek op tournee.

Eenmaal weer op het terras van de sportclub waar zich start en finish van dit evenement bevond, maakte ik kennis met het allereerste biertje dat niet smaakte. Iemand nam mij apart en sprak geheimzinnig: “Jij bent niet lekker hè, Peter?”

“Hoe weet je dat?” vroeg ik licht schokkend vanwege hernieuwde anti peristaltische bewegingen.

“Ach,” zei de bardame annex voorzitster van de organiserende wandelvereniging begrijpend, “dat zie ik zo. Leer mij een stukgelopen wandelaar herkennen. Ik zie het aan heel je houding. En ik proef het toch aan je zure adem.”

“Is dat waar?” vroeg ik lusteloos en liep gauw naar het toilet, waar een bruine toiletpot het moest ontgelden. Ik voelde mij na nog een paar slokken lauw kraanwater ineens een stuk beter. De duizelingen namen af en ranzig zweet bleef achterwege. Ik liep terug naar het terras en zei: “Ik heb iets heel speciaals gevoeld. En nu ben ik op slag helemaal beter. Ik heb om dat heugelijke feit te vieren binnen aan de bar gelijk een paar loten gekocht. Misschien heb ik zo wel prijs op de tombola.”

Arme ik. Ik werd met prijzen overstelpt. Een poepbruin wielershirt van een sponsor die waarschijnlijk toiletpapier verkocht en het zo aan de man dacht te gaan brengen. Daarna een door de ROTEB vergeten Blauwe Vaasje. Uit Duitsland, grondige kwaliteit, en dus met geen moker stuk te krijgen. Ik, de jongen die nooit iets won had nu plots, als om de ontberingen te vergeren, liefst twee vergeten prijzen! Arme Peter.

Door de triest stemmende humor uitgedaagd, plakte Café d’Oude Stoep liefhebber Hans van Dijk jaren later, dit blauwe onverwoestbare symbool van wandeltechnische onverzettelijkheid, vooral met veel kit boven op het gloednieuwe flessenrek. Tja, wist hij veel dat dit stukje keramiek uit de Gouden Eeuw bij Kunst & Kitsch een paar jaar eerder tot ver boven de € 1000.000,- was getaxeerd!